Op de loonstrook kijken de meeste mensen naar één ding: het bedrag onderaan. De rest, al die afkortingen en percentages, is iets dat 'de salarisadministratie' wel zal regelen. Tot het niet klopt. En dat gebeurt vaker dan werkgevers toegeven: een vergeten periodiek, een verkeerd toegepaste schaal, een loonheffingskorting die op twee plekken tegelijk loopt. Dit is de regel-voor-regel uitleg waar niemand je ooit mee heeft geholpen.
Wat er sowieso op moet staan
Een werkgever is niet vrij in wat hij wel of niet op je strook vermeldt. Het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:626 voor de liefhebbers) verplicht hem om in elk geval te laten zien wat je verdient, hoe dat bedrag is opgebouwd, wat ervan is afgegaan en welk wettelijk minimumloon hoort bij iemand van jouw leeftijd. Plus de basisgegevens: namen, periode, overeengekomen uren.
Krijg je geen leesbare strook, of mist er informatie? Vraag erom. Dat is geen lastig verzoek aan je werkgever, dat is je recht.
De bovenkant: het saaie maar belangrijke deel
Bovenaan staan jouw naam en BSN, je werkgever, de periode (week, vier weken of maand), je functie en het aantal uren waarvoor je in dienst bent. Plus een afkorting waar de meeste mensen overheen lezen: SV-dagen.
SV-dagen, oftewel sociale verzekeringsdagen, zijn de dagen waarover je sociale premies opbouwt. In een normale maand zijn dat er rond de 21. Werk je parttime, of waren er dagen onbetaald (verlof, ziekte zonder doorbetaling), dan staat dat hier. Klopt dat aantal niet, dan klopt verderop een hele rij premies en uitkeringsrechten ook niet.
Bij CAO-werkgevers staan hier ook je schaal en trede. 'Schaal 7, trede 4', bijvoorbeeld. Pak je arbeidscontract erbij, leg de schaaltabel uit de CAO ernaast, en kijk of het overeenkomt. Een verkeerde inschaling of een vergeten periodieke verhoging is een van de meest voorkomende loonstrookfouten. En een van de duurste.
Het brutoloon en wat erbij komt
Daaronder staat je brutoloon: wat je verdient vóór er iets van afgaat. Bij een vast salaris is dat je vaste maandbedrag, eventueel aangevuld met toeslagen voor onregelmatige uren, overwerk, provisie of bonus.
Daarnaast staan onbelaste vergoedingen er apart bij. Reiskosten tot € 0,25 per kilometer (sinds april 2026 bij beleidsbesluit verhoogd van € 0,23, met terugwerkende kracht voor het hele jaar) gaan netto, dus zonder loonheffing. Hetzelfde geldt voor een gerichte thuiswerkvergoeding tot het wettelijk vrijgestelde bedrag. Werk je vooral thuis en rij je nauwelijks meer? Vraag dan ook actief om die thuiswerkvergoeding. Niet elke werkgever wijst er zelf op.
Loonheffing: de grootste hap
De grootste post op je loonstrook is bijna altijd de loonheffing. Verwarrend genoeg is dat geen apart belastingtarief, maar een verzamelnaam voor twee dingen tegelijk: loonbelasting (een voorschot op je inkomstenbelasting) plus de premies volksverzekeringen: AOW, Anw en Wlz. Je werkgever int het en boekt het meteen door naar de Belastingdienst, zodat je niet aan het eind van het jaar voor een hard bedrag in één keer komt te staan.
In 2026 zijn de tarieven in box 1 voor mensen onder de AOW-leeftijd:
- Schijf 1: tot € 38.883, tarief 35,75%
- Schijf 2: van € 38.883 tot € 78.426, tarief 37,56%
- Schijf 3: vanaf € 78.426, tarief 49,50%
Schijftarieven, geen vlaktarief. Verdien je € 50.000, dan betaal je 35,75% over de eerste € 38.883 en pas 37,56% over het stuk daarboven. Het hoogste tarief raakt nooit je hele inkomen. Het hardnekkige misverstand dat je 'in een hoger tarief valt' en daardoor netto minder overhoudt dan voorheen? Dat is wiskunde-fictie. Je houdt netto altijd meer over van een loonsverhoging, alleen niet altijd zoveel als je had gehoopt.
Loonheffingskorting: het tegenwicht
Tegenover de loonheffing staat een tegenwicht: de loonheffingskorting. Dat is de maandelijkse uitbetaling van twee belastingkortingen die je toekomen:
- De algemene heffingskorting: in 2026 maximaal € 3.115 per jaar. Vanaf een verzamelinkomen van € 29.736 wordt ze afgebouwd. Boven € 78.426 is ze nul.
- De arbeidskorting: in 2026 maximaal € 5.685 per jaar, alleen voor mensen die werken. Ook deze wordt afgebouwd: vanaf € 45.592 daalt ze, boven € 132.920 is ze volledig weg.
Hier zit een klassieke valkuil. Je mag de loonheffingskorting maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie laten toepassen. Heb je twee banen en pas je hem bij beide toe, dan denkt elk salarissysteem dat je weinig verdient en houd je netto te veel over. Klinkt fijn, totdat de Belastingdienst dat een jaar later corrigeert via je aangifte en je in één keer mag bijstorten. Andersom: pas je hem nergens toe, dan houd je elke maand te weinig over en krijg je het verschil pas terug bij je aangifte het jaar erop. Voor wie maar één werkgever heeft: vrijwel altijd toepassen. Bij twee banen: alleen bij de baan met het hoogste inkomen.
Pensioenpremie: jouw deel
Heb je een pensioenregeling via je werkgever (bij CAO-werkgevers is die vrijwel altijd verplicht), dan staat hier het werknemersdeel ingehouden. De totale premie wordt verdeeld tussen jou en je werkgever, en in de meeste CAO-pensioenfondsen draagt de werkgever het grootste deel. De exacte verdeling staat in jouw pensioenreglement.
Vergelijk die verdeling met je inhouding op de loonstrook. Onder de Wet toekomst pensioenen worden regelingen de komende jaren één voor één omgebouwd, dus check eens per jaar of het percentage nog klopt met wat je denkt te betalen.
Wat je werkgever apart betaalt, en wat je niet ziet
Een aantal premies betaalt je werkgever bovenop jouw brutoloon. Ze drukken niet op je netto, maar staan op je strook soms wel als informatieregel. In 2026:
- WW-premie (AWf): 2,74% bij een schriftelijk vast contract zonder oproepelement, anders 7,74%
- Premie Aof (arbeidsongeschiktheidsfonds): 6,27% voor kleine werkgevers, 7,63% voor middelgrote en grote werkgevers
- Werkhervattingskas (Whk): gemiddeld 0,96% voor de WGA en 0,56% voor de Ziektewet, gedifferentieerd per werkgever
- Werkgeversheffing Zvw (Zorgverzekeringswet): 6,10%
Bij elkaar betaalt je werkgever zo'n 17 tot 23 procent boven op je brutoloon aan werknemerspremies, afhankelijk van je contract en de bedrijfsgrootte. Boven het maximumpremieloon van € 79.409 stopt het: daarboven betaalt niemand meer premie. Dat geld verdwijnt niet ergens in een staatskas. Het bekostigt je WW als je werkloos wordt, je arbeidsongeschiktheidsuitkering en de basiszorg. Je werkgever stort het, jij gebruikt het. Als je het ooit nodig hebt.
Waarom je vakantiegeld zo hard wordt belast
In mei of juni krijg je je vakantiegeld: minimaal 8% van het brutoloon dat je het afgelopen jaar hebt verdiend. Tot zover het feestje. Bij veel werknemers blijft er netto minder van over dan ze in hun hoofd hadden. Reden: vakantiegeld wordt belast tegen het bijzonder tarief.
Het bijzonder tarief is geen straftarief, al voelt het wel zo. Het is een poging van de Belastingdienst om bij eenmalige uitbetalingen meteen het juiste percentage in te houden. Met je heffingskortingen wordt geen rekening gehouden, want die heb je al verbruikt op je gewone loon. Daardoor ligt het bijzonder tarief dichter bij je marginale tarief, en is het hoger dan het percentage dat je elke maand gewend bent.
Hetzelfde mechanisme geldt voor je dertiende maand, je bonus en je eindejaarsuitkering. Goed nieuws: per saldo trekt het zich gelijk. Bij je belastingaangifte wordt het verschil verrekend, te veel ingehouden krijg je terug, te weinig betaal je bij. Je betaalt over je vakantiegeld dus geen cent meer dan je sowieso al verschuldigd was. Alleen voelt mei minder als een bonus.
Onderaan: het netto en de cumulatieven
Onderaan staat het bedrag dat op je rekening komt. Plus eventueel de onbelaste vergoedingen die er los bij zijn uitbetaald: reiskosten, thuiswerkvergoeding.
Daaronder, vaak in een aparte tabel, staan de cumulatieven voor het lopende jaar: bruto verdiend, ingehouden loonheffing, opgebouwd vakantiegeld, premies pensioen. Bewaar je loonstroken. Niet uit nostalgie, maar omdat je ze nodig hebt bij je belastingaangifte, een hypotheekaanvraag of een lening. De meeste werkgevers stellen ze digitaal beschikbaar via een portaal. Log één keer in en zorg dat je weet hoe je erbij komt.
De checks die je elke maand zou moeten doen
Je hoeft niet elke regel uit je hoofd te kennen. Maar deze zes dingen zijn de moeite waard om elke maand kort langs te lopen:
- Klopt het brutoloon met je arbeidscontract en, als je onder een CAO valt, met je schaal en trede?
- Klopt het aantal SV-dagen voor de gewerkte periode?
- Wordt de loonheffingskorting toegepast als je dat hebt aangegeven, en niet bij een tweede werkgever?
- Klopt de pensioeninhouding met wat in je pensioenreglement staat?
- Worden toeslagen voor onregelmatige diensten, overwerk en reiskosten correct uitbetaald?
- Klopt je vakantiegeldopbouw, en zie je hem in mei verschijnen?
Wat als er iets niet klopt
Fouten gebeuren. Ook bij grote werkgevers met automatische salarissystemen, en juist dáár soms makkelijker omdat niemand er meer met de hand naar kijkt. Een verkeerde schaalindeling, een vergeten periodieke verhoging, een verkeerde verdeling tussen belaste en onbelaste vergoedingen: het komt vaker voor dan werkgevers zelf doorhebben.
Vergelijk altijd met je vorige loonstrook en met je arbeidscontract. Klopt iets niet, vraag dan eerst je werkgever om uitleg. Meestal is het in de volgende periode rechtgezet. Helpt dat niet, dan stap je naar je vakbond, het Juridisch Loket of een arbeidsrechtjurist. FNV en CNV bieden gratis loonstrookchecks voor leden, en die checks zijn grondiger dan wat een gemiddelde werknemer zelf kan.
Onder een CAO sta je sterker. De schalen, treden, toeslagen en periodieken staan zwart op wit. Een werkgever die jou onderbetaalt, kan dat niet wegredeneren met 'we doen het hier zo'. De afspraak is openbaar en bindend, en de vakbond houdt mee toezicht.
